9 nadelen van biobased isolatie (en mogelijke oplossingen)
De komende dertig jaar moet onze CO2-uitstoot gereduceerd worden tot nul. Hiervoor moeten onder andere nog miljoenen bestaande woningen geïsoleerd worden. Helaas wordt bij het produceren van isolatiematerialen zoals glaswol ook CO2 en aanverwante broeikasgassen uitgestoten. Gelukkig zijn er verschillende alternatieven voor glaswol waaronder biobased isolatie.
Biobased isolatie heeft echter ook een aantal belangrijke nadelen waar je rekening mee moet houden voordat je tot aanschaf overgaat. Gelukkig kunnen de meeste problemen eenvoudig voorkomen of opgelost worden.
Hieronder zetten we de nadelen van biobased isolatie en mogelijke oplossingen op een rijtje.
Deze blogpost is oorspronkelijk gepubliceerd op 25 april 2022 en geüpdatet en opnieuw gepubliceerd op 14 mei 2023.
Biobased isolatie is een grote investering
Een van de grootste nadelen van biobased isoleren en isoleren in het algemeen is dat het een behoorlijke investering met zich mee brengt. Daarbij zijn de materiaalkosten van biobased isolatiematerialen in sommige gevallen ook nog eens twee keer duurder dan synthetische isolatiematerialen zoals PIR, PUR en EPS. Dit zorgt ervoor dat het biobased laten isoleren van je huis tot wel 10 tot 15 procent duurder kan uitvallen dan wanneer je het gangbaar laat isoleren.
Een voordeel is wel dat je met biobased isolatiematerialen niet alleen 'koude'-isolatie hebt voor in de winter, maar ook 'warmte'-isolatie voor in de zomer. Dit houdt in dat biobased isolatiematerialen langer de hitte buitenhouden. Dit scheelt in de energiekosten om je huis en hoofd koel te houden bij zomerse temperaturen buiten.
Daarnaast zijn biobased isolatiematerialen ‘dampopen’ waardoor je niet of nauwelijks last krijgt van vocht- en schimmelproblemen in huis. Een gezonder binnenklimaat door het gebruik van natuurlijke bouwmaterialen met vocht- en warmtebuffering en zonder schadelijke stoffen zorgt onder andere voor lagere ziektekosten.
Biobased isolatie is niet voor elke situatie geschikt
Niet elke situatie is standaard geschikt om te isoleren met biobased isolatiematerialen. Dit geldt met name voor hele vochtige ruimtes of in de buurt van hittebronnen.
Zo zijn er kruipruimtes en badkamers waar de luchtvochtigheid langdurig boven de 70 procent uitkomt. Biobased isolatiematerialen kunnen vocht bufferen maar moeten niet te ‘nat’ worden. Hiervoor gebruiken we specifieke folies en bouwpapier om het teveel aan vocht te weren en 'buiten' de constructie te houden.
Als biobased isolatiematerialen met hittebronnen zoals plafondspotjes en een kachelpijp in aanraking komen dan kunnen ze ‘verschroeien’. Biobased isolatiematerialen mogen niet warmer dan 100 graden Celsius worden. Hiervoor gebruiken we plaatselijk minerale isolatiematerialen die wel in aanraking mogen komen met hittebronnen. Minerale isolatiematerialen zijn de -second best- optie qua ecologische impact.
Biobased isolatie is niet 100% biobased
Aan biobased isolatiematerialen worden zo’n 5 tot 10% toeslagstoffen toegevoegd zoals textielvezels, ammoniumzouten, PUR-hars en kunststoffen die gebruikt worden als brandbescherming, schimmelwerend middel en bindmiddel. Dit maakt deze isolatiematerialen niet 100% biobased.
Er worden steeds verbeteringen toegepast om het zo biobased mogelijk te maken. Dit is zover als ze nu kunnen komen en het voldoet aan Europese normeringen voor brandveiligheid et cetera.
Biobased isolatie is dikker
In het algemeen zijn biobased isolatiematerialen wat aan de dikke kant waardoor je meer ruimte verliest, als je aan de binnenzijde isoleert, dan wanneer je fossiele isolatiematerialen gebruikt. Zo zijn biobased isolatiematerialen tot wel anderhalf keer dikker dan PUR isolatie voor dezelfde isolatiewaarde.
Een voordeel is wel dat biobased isolatiematerialen door de hogere isolatiedikte en de hogere dichtheid de hitte op zomerse dagen langer buiten houden.
Biobased isolatie heeft een slechtere brandklasse
Biobased isolatiematerialen hebben volgens Europese normeringen een lagere brandveiligheid. Dit komt onder andere door sterke lobby in Europa van gangbare isolatiematerialen. Waar synthetische isolatiematerialen misschien minder snel branden, kunnen er wel schadelijke dampen en rook vrij komen en kunnen ze op je 'druppen' als ze bijvoorbeeld verwerkt zijn in het plafond.
Gelukkig verkolen de meeste biobased isolatiematerialen waardoor er een beschermlaag ontstaat wat het overgebleven isolatiemateriaal beschermt. Zie dit effect in het filmpje hieronder.
Van de biobased isolatiematerialen hebben onder andere cellulose isolatie een hoge brandklasse, namelijk Europese Brandklasse B. Vlas isolatie en grasvezel isolatie hebben Europese brandklasse. Houtvezelisolatie heeft Europese brandklasse E. Maar met afwerking van 1 cm leemstuc, een 18 mm houtplaat of een gipslaat zorgt voor een brandklasse B van de hele constructie. Dat is voldoende voor een nieuwbouw woning.
Biobased isolatie kan aangevreten worden door muizen
Net zoals glas- en steenwol zijn biobased isolatiematerialen uiterst geschikt om in te nestelen. Met name isolatie met een vezelachtige structuur en lage dichtheid beschadigen muizen gemakkelijk. Ongedierte gebruikt isolatiemateriaal niet als voedsel. Ze knagen niet aan het isolatiemateriaal omdat ze honger hebben, maar omdat het een obstakel kan zijn op weg naar voedsel en groente.
Aan te raden is om bij een ongedierteplaag in je geïsoleerde huis onmiddellijk professionele hulp in te schakelen. Als er al ongedierte in je huis is voordat je gaat isoleren is het af te raden om isolatiematerialen met een licht poreuze structuur te gebruiken. Dan is het verstandiger om harde isolatiematerialen te kiezen die beter bestand zijn tegen ongedierte zoals kalkhennep, schuimbeton, schuimglas en uitgezette klei. Of je wacht een half jaar nadat de laatste muis is gesignaleerd voordat je gaat isoleren.
Gelukkig zijn er ook preventieve oplossingen. Zo kun je bij isolatie dichtbij het maaiveld stevig RVS horrengaas toepassen. Je brengt dit aan de onderkant aan tot 30 cm omhoog zodat muizen hier niet doorheen komen. Let op dat je vouwhoeken en sneden goed stevig verbind met ijzerdraad en eventueel een overlap.
Biobased isolatie is niet overal verkrijgbaar
De meeste biobased isolatiematerialen liggen nog niet in de schappen bij lokale bouwmarkten. Het is dus niet gemakkelijk nog even te verkrijgen tijdens een verbouwing. Dit vraagt om wat planning en eventueel tijdelijke opslag in en om het huis.
Een voordeel is wel dat het gemaakt wordt binnen Europa met lokale grondstoffen waardoor het minder afhankelijk is van grillen op de mondiale grondstoffenmarkt.
Biobased isolatie zorgt voor stof tijdens het verwerken
Het verwerken van biobased isolatiematerialen gebeurt veelal met een zaag of mes. Deze handeling zorgt voor stof in en om je huis tijdens het verwerken. Met het spuiten van synthetische isolatieschuimen komt veel minder zichtbaar stof vrij.
Een voordeel is wel dat de stof die vrijkomt van biobased materialen niet schadelijk zijn voor je gezondheid in tegenstelling tot de vluchtige stoffen die uit fossiele isolatiematerialen uitdampen. Het is wel aan te raden om een stofmasker te dragen.
Nog niet alle biobased isolatiematerialen staan op de maatregelenlijst voor subsidie
Om in aanmerking te komen voor de landelijke subsidiepot voor isolatie van de RVO moet je isolatie laten plaatsen die op de maatregelenlijst staan. Sommige natuurlijke isolatiematerialen ontbreken nog op de lijst zoals stro isolatie.
Houtvezelisolatie, grasvezel, vlas isolatie, hennep en cellulose staan wel op de maatregelenlijst.
Wegen de voordelen voor jou zwaarder dan de nadelen van biobased isolatie?
Ondanks de vele voordelen, zijn er ook een aantal nadelen van biobased isolatie. Gelukkig kun je die voor een belangrijk deel voorkomen door je van tevoren goed te laten adviseren en door professionals met verstand van zaken in te schakelen.
Ga biobased isoleren
Doe de huisscan hieronder. In 2 minuten zet jij een stap naar een beter geïsoleerd huis en een lager biobased voetafdruk. Kleine aanpassing. Grote impact.